Gastcolumn door Geertjan van der Lecq

Zoals de één het lastig vindt om een presentatie te houden, zo worstelt de ander met het toevertrouwen van zijn gedachten aan het papier. Bij een krant zit je in zo’n geval echt op de verkeerde plek. Als je zoals ik in een andere bedrijfstak werkzaam bent, dan ga je over tot de orde van de dag… Maar wat nu als diep van binnen toch ergens de behoefte blijft om “iets met schrijven” te gaan doen?

Via mijn werkgever kreeg ik de mogelijkheid om stage te lopen bij Graficelly, een bureau dat zich bezig houdt met communicatie en tekst is daarvan een onderdeel. Bij het intakegesprek had ik nog vol vertrouwen aangegeven “vooral veel feedback te willen ontvangen”. Wat kon mij nou gebeuren? Diverse keren had ik op mijn werk toch te horen gekregen dat ik “zo leuk kon schrijven?”

Dat van die feedback heb ik geweten: veel van wat in mijn ogen briljante teksten waren, kon de toets der kritiek niet doorstaan. En alsof dat niet genoeg was: de kritiek was ook nog goed onderbouwd.  Nee, met het achter elkaar plakken van foutloos geschreven woorden ben je er nog lang niet. Allerlei aspecten kwamen voorbij: voor wie schrijf je, komt je boodschap over, staan de tekstblokken in de juiste volgorde, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

De moraal van dit verhaal: laat je niet in slaap sussen door het commentaar van een goedbedoelende amateur, maar vraag de mening van iemand waarvan je mag aannemen dat die er iets zinnigs over kan roepen, positief én minder positief.

Maar aan de andere kant: laat je hierdoor niet ontmoedigen. “Iets met schrijven” is en blijft de moeite waard!